donderdag 5 juni 2014

ploumen in het vluchtelingenkamp

Je zou met niemand willen ruilen hier''
Minister Ploumen bezocht gisteren een vluchtelingenkamp in Turkije. Ze kwam niet met lege handen. Nederland trekt zeven miljoen extra uit voor hulp aan Syrische vluchtelingen.


NIZIP  -  Met grote ogen en open mond kijken de kleuters naar de vriendelijk lachende mevrouw die naast hen op de kleine stoeltjes zit. Wie ze is? De Syrische kleuters in het vluchtelingenkamp in Nizip, een stad niet ver van de Syrische grens, hebben geen idee. Maar dat er vandaag belangrijk bezoek het schooltje - een grote warme tent - op het vluchtelingenkamp komt binnenlopen is duidelijk. En ze zijn er stil van.

Minister Liliane Ploumen (buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking) probeert via de tolk een gesprekje. Maar de kleuters blijven stil. Alleen een Engels liedje samen met de Turkse juf durven ze nog wel aan. De minister klapt in haar handen en zwaait gedag.

Twintigduizend Syriërs wonen hier in het kamp - in containers en tenten. Het is van de 21 kampen aan de Turkse grens waar Syriërs worden opgevangen. De zon schijnt fel. Het is al boven de dertig graden, binnen in de tenten is het nog warmer.

Ploumen, met dertig Nederlandse bedrijven op handelsmissie in Turkije, grijpt haar laatste uren in het land aan om met Syrische vluchtelingen te spreken. De Nederlandse ondernemers onderzoeken ondertussen vijftig kilometer verderop de kansen die Gaziantep hen biedt. De directeuren van Kamer van Koophandel en Industrie hebben deze ochtend al hun uiterste best gedaan om het potentieel van de stad onder het voetlicht te brengen.

Ploumen bezoekt ondertussen in hoog tempo het schooltje, de kleine kliniek, de supermarkt en spreekt met kampleiding en bewoners. Gadegeslagen door de kampbewoners en een hele zwerm kinderen. De 18-jarige Mustafa uit Idlib -met Turkse schoolboeken onder zijn arm - kijkt nieuwsgierig naar het gezelschap dat voorbij loopt. Weet hij wie er vandaag op bezoek is? Hij knikt aarzelend: ,,De gouverneur? ‘’ Twee maanden geleden kwam hij met zijn ouders en zusje naar Turkije toe. Het werd te gevaarlijk in Syrië. Mustafa wil nu zo snel mogelijk Turks leren en gaan studeren. Hij heeft al een beurs aangevraagd. ,,Ik wil ingenieur worden’’, klinkt het vastberaden. Hij verlaat liever vandaag dan morgen het kamp. Zijn klasgenoten knikken. ,,Ons leven staat stil hier.’’

De 43-jarige Abdulnassir uit Aleppo volgt het gezelschap in zijn rolstoel. Een gebrek aan medicijnen in Syrië heeft ervoor gezorgd dat een infectie zijn benen heeft verlamd. Lopen gaat niet meer. Maar de vader van vier is vooral dankbaar. Dankbaar dat zijn gezin veilig is en dat Turkije hulp biedt. ,,Syrië is kapot, maar onze Turkse buren helpen ons gelukkig.’’

En ook minister Ploumen is niet met lege handen gekomen. Aan het eind van haar bezoek maakt ze bekend dat Nederland zeven miljoen euro extra uittrekt voor hulp aan de Syrische vluchtelingen. Vier miljoen voor het voedselprogramma van de Verenigde Naties, twee miljoen voor Turkije, een miljoen voor Libanon. In totaal draagt Nederland nu 83,5 miljoen bij aan hulp voor Syriërs. De minister bezocht eerder ook kampen in Jordanië en Libanon en is onder de indruk van de Turkse kampen. ,,Er wordt alles aangedaan om het het leven van deze mensen zo leefbaar mogelijk te maken. Maar de situatie van de mensen blijft natuurlijk triest. Je zou met niemand hier willen ruilen.’’

De zorgen van Turkije over het grote aantal Syriërs in de steden - van de 1 miljoen Syriërs in Turkije wonen slechts 240.000 in de kampen’ - zijn haar bekend.  ,,De situatie in Syrië duurt veel langer dan iedereen had verwacht en het wordt steeds moeilijker.’’ Meer Syriërs toelaten tot Europa is volgens Ploumen niet de oplossing. ,,Opvang in de regio heeft de voorkeur. De meeste vluchtelingen willen gewoon snel mogelijk naar huis. Dat vertelde me de bewoners me net. Hartverscheurend.’’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten