woensdag 13 november 2013

De Syrische oorlog in tenten in Istanbul


De Syrische oorlog in tenten en parken in Istanbul


Ze slapen in parken, onder bruggen, dwalen rond in het centrum. Steeds meer Syrische vluchtelingen komen naar Istanbul toe. Velen zijn Aleviet.Turkse Alevieten schieten te hulp.


Zeynal Odabas is ten einde raad. Hij hangt voortdurend aan de telefoon. Op zoek naar kamers voor Syrische gezinnen. Hij legt contacten met ziekenhuizen, met advocaten. Weer telefoon. De vrouw aan de andere kant van de lijn klinkt overstuur. Odabas belooft zo snel mogelijk actie te ondernemen.

De voorzitter van het cemevi - het gebedshuis van Alevieten - in een arme buitenwijk van Istanbul wrijft door zijn haren. Een aantal Syrische Alevitische families in een park is aangevallen door een groep boze radicale Turken, verklaart hij.,,De tenten zijn kapot gescheurd, ze zijn bedreigd. Deze mensen moeten daar nu zo snel mogelijk weg.’’

De oorlog in Syrië komt dichtbij. Heel dichtbij, zicht hij. Achter het gebedshuis staan twee grote witte tenten. Vol met Syrische vluchtelingen. Velen Aleviet, dezelfde islamitische stroming waar ook president Assad toebehoort. Naar de Turkse vluchtelingenkampen aan de Syrische grens gaan ze niet.  Odabas: ,,Die zitten vol met Soennieten, met rebellen, met mensen waar ze juist voorop de vlucht zijn. Ze voelen zich daar niet veilig.’’ Boos: ,,Turkije heeft met de steun aan de soennitische oppositie, partij gekozen, dat hadden ze nooit moeten doen. De spanningen lopen nu hier ook op.’’

In de tent slaat de oorlog in het gezicht. De 73-jarige Syrier - Ali - zijn echte naam wil hij niet geven - zit rokend op zijn bed. Lange baard, groene muts op. Gevlucht uit Damascus. Hij vertelt hoe een groep rebellen deze zomer zijn huis binnendrong. Hij en zijn dochter van veertien werden meegenomen. Dertig dagen lang is hij gemarteld. Hij laat zijn vingers zien. Zijn nagels werden uitgetrokken, op zijn huid werd brandend plastic gedrukt. Hij trekt zijn shirt omhoog. De herinneringen staan in zijn rug gegriefd. ,,Ze vroegen me keer op keer naar mijn religie. Of ik Aleviet was.’’ Na dertig dagen werd hij voor dood op straat achter gelaten.. Zijn dochter heeft hij sindsdien niet meer gezien. ,,Ik weet niet of ze nog leeft.’’ Zijn stem breekt. Veilig voelt hij zich nog steeds niet. ,,Ook hier in Istanbul lopen veel Syriërs rond. Ik vertrouw niemand.’’

Terwijl Ali zijn verhaal doet, rennen twee blonde peuters door de tent. In de hoek, ingewikkeld in dekens - ligt een baby te slapen. Vijftien dagen oud is hij. Zijn 20-jarige moeder vertelt. Hoog zwanger is ze met haar echtgenoot en drie kinderen uit Damascus gevlucht. ,,Na aankomst zijn we meteen doorgereisd naar Istanbul.’’ De eerste twee weken zaten we in een park, daarna zijn we - dankzij Allah - hier terecht gekomen.’’ Haar echtgenoot - vroeger edelsmid in Damascus - knikt. ,,De Turkse regering helpt alleen Soennieten. Maar ik hoop dat we snel een huis kunnen vinden. Dan kan ik op zoek naar werk.’’

Volgens de woordvoerder van het gouverneurschap in Istanbul laat de overheid de Syrische Alevieten helemaal niet aan hun lot over. ,,Turkije vangt bijna een half miljoen vluchtelingen op. Velen in de kampen. Maar deze mensen kiezen er zelf voor om naar de stad te komen. Tsja.’’ Dat veel Alevieten bang zijn om naar de kampen te gaan, wijst hij resoluut af. ,,Onzin. Er is helemaal geen geweld in de kampen aan de grens.’’

De Alevitische organisaties in Istanbul proberen nu zo goed en kwaad als het kan de vluchtelingen in de metropool te helpen. Odabas: ,,We kunnen deze families - met al die kinderen - toch niet op straat laten staan? Het is onze menselijke plicht om hen te helpen. We vragen ook niet of ze Aleviet zijn of niet.’’

De voorzitter maakt zich grote zorgen. Hij is bang dat het sektarische geweld naar Turkije overspringt. De Alevieten in Turkije, de onorthodoxe stroming binnen de sjiitische islam en met twintig miljoen de grootste religieuze minderheid in het land, voeren al een decennialange strijd voor meer religieuze vrijheden. Maar ondanks allerlei beloftes van de regerende AKP worden de ruim 900 gebedshuizen nog steeds niet officieel erkend en zijn Alevitische kinderen verplicht op school de soennitische godsdienstlessen te volgen. ,,En de oorlog in Syrië, het pro-Soenietische beleid van de overheid, zorgt er voor dat ook hier nu de spanningen tussen Aleviet en Soenniet oplopen. De aanval op de vluchtelingen hier in Istanbul deze ochtend, is daar een triest voorbeeld van.’’   ---------------------------------------------------------------

Geen opmerkingen:

Een reactie posten