woensdag 17 juli 2013

Fragiel vredesproces

Koerdische vredesproces wankelt

Door onze correspondent Jessica Maas

ISTANBUL (DPD) - Ze is al anderhalf jaar oud, maar pas sinds deze week staat haar naam vast. De familie Toprak uit Sanliurfa mag hun dochter Kurdistan wél noemen, zo oordeelde de rechter in hoger beroep. Een historische uitspraak in een land waar de Koerden en Turkse leger al bijna dertig jaar in een bloedige strijd zijn verwikkeld. De uitspraak komt echter op een moment dat het vredesproces dat een einde moet maken aan het geweld, wankelt.
Het zag er zo veelbelovend uit. Begin mei begonnen de PKK-troepen zich terug te trekken van het Turks grondgebied. Een direct gevolg van de historische onderhandelingen tussen de gevangen genomen PKK-leider Abdullah Öcalan en de Turkse regering. Onderhandelingen die tot voor kort nog ondenkbaar waren en die veel kwaad bloed zetten bij Turkse nationalisten.
Maar premier Erdogan was vastberaden. Hij zou de premier zijn die ‘kost wat kost’ een einde maakt aan de spiraal van geweld, die al aan 30.000 mensen het leven heeft gekost. Ook Öcalan voorheen aartsvijand nummer een, toonde zich even vastbesloten. Commissies van zogenoemde wijze mannen en vrouwen, academici, journalisten, acteurs, trokken de afgelopen maanden het land in om overal met een vaak achterdochtig publiek over het vredesproces te spreken.
Maar nu twee maanden verder dreigt het vredesproces het slachtoffer te worden van de onrust die het land de afgelopen maand in de ban heeft. Wat begon als een protest tegen de kap van een aantal bomen eind mei, groeide uit tot een opstand van de middenklasse tegen het autoritaire regime van premier Erdogan en voor meer democratie. De eerste weken hield de Koerdische BPD - tot kritiek van velen - opvallend afzijdig, uit angst het fragiele vredesproces te schaden.
Maar de hoop verdwijnt snel. Van Erdogan ‘vreedzame’ vastberadenheid lijkt weinig meer over. 
De premier stelde, ondanks andere berichten van Koerdische zijde, dat nog maar vijftien procent van de PKK-strijders zich hebben teruggetrokken. Verwachte vervolgstappen zoals onderwijs in eigen taal en het verlagen van de kiesdrempel staan volgens hem niet op de agenda. Een grote teleurstelling voor veel Koerden. De Koedische BPD vindt ook dat de bal bij de regering ligt en dat haast moet worden gemaakt met het zetten van de volgende stap, wil het fragiele vredesproces het overleven. Ook uit Kandilbergen - de thuisbasis van de PKK- klinkt dezelfde oproep.
Of er snel een einde komt aan de impasse? Door alle onrust lijkt het vredesproces wat van de agenda verdwenen. De vraag is bovendien of Erdogan het nog aandurft - met het oog op de verkiezingen volgende jaar - om radicale stappen te zetten.  Hij zal er zeker nationalistische aanhangers mee wegjagen. Dat eind juni een 18-jarige demonstrant bij een demonstratie in het Koerdische Lice, een district van Diyarbakir, werd doodgeschoten geeft weinig hoop. Net als het bericht dat de PKK-strijders in het zuidoostelijke Hakkari een aannemer hebben ontvoerd die bezig was met de bouw van een gendarmepost.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten