maandag 13 mei 2013

Woede in Reyhanli



Woede en censuur na bomaanslag Turkije


ISTANBUL - ,Dit is Turkije en geen Syrië’’, klonk het gisteren door de straten van het verwoeste Reyanli. Het stadje dichtbij de Syrische grens waar zaterdag bij twee bomaanslagen 49 mensen om het leven kwamen en honderden gewond raakten, verkeert in schok.  Het verdriet over de grootste terreuraanslag in de geschiedenis - volgens de Turkse regering het werk van Assad - maakt bij velen plaats gemaakt voor woede. Woede richting de Syrische vluchtelingen en richting Ankara.

Na de bomaanslagen werden Syriërs in Reyhanli al door een groep nationalistische jongeren aangevallen en een Syrische auto werd in brand gestoken. Bij een ander werden de ruiten ingegooid.
De vluchtelingen in het stadje durven zich niet meer buiten te vertonen en de media bericht over families die de grens weer over trekken, terug naar Syrië. Ook in Turkije voelen ze zich niet meer veilig.

De etnische spanningen in de grensprovincie Hatay waar duizenden vluchtelingen worden opgevangen, zijn de laatste tijd gegroeid. De economie, die dreef op de handel met het buurland ligt nagenoeg plat. De werkloosheid is de afgelopen twee jaar omhoog geschoten, evenals het aantal faillissementen. Het feit dat lokale ondernemers nu ‘goedkope’ Syriërs voor arbeid inhuren, dat door de groeiende vraag de huurprijzen blijven stijgen, zorgt voor nog meer onvrede. De gastvrijheid van de Turken voor de in totaal 190.0000 Syrische gasten raakt op.

Ook in de vele vluchtelingenkampen - zeventien in totaal - groeien de spanningen. In maart braken er rellen uit nadat een 7-jarig meisje overleed na een brand, ontstaan door kortsluiting. De Turkse politie trad hard op met waterkanonnen en traangas tegen de protesterende vluchtelingen.   Hatay, de provincie waar van oudsher alevieten, soennieten en christenen samen wonen, is volgens veel analisten een ‘etnische kruitvat’ geworden.

De woede van Turken is niet alleen gericht tegen de Syriërs maar ook richting Ankara. ,,Geef maar eerst rekenschap over de 46 doden’’, is de boodschap van de radicale krant Aydinlik aan premier Erdogan. Het feit dat een rechter de Turkse media meteen verboden heeft niet te berichten en geen beelden te tonen van net na de aanslag, maakte de situatie er niet beter op.  ,,Wel censuur, geen reactie’’, luidt de andere kop. En ,,Wat willen ze verbergen?’’, vraagt een een dagblad zich af.  

Volgens de openbaar aanklager is het verbod nodig om het onderzoek naar de bomaanslagen niet in gevaar te brengen. ,,Onzin’’, stelt secretaris Yurdanur Atadan van het Internationaal Pers Instituut Turkije. ,,Het is erg triest dat bij dit soort tragische incidenten, de persvrijheid in dit land opnieuw geweld wordt aangedaan.’’ Het verbod is volgens Atadan in deze moderne tijd zelfs onmogelijk. ,,Op internet en in gedrukte media is alles te vinden.’’

Het is niet alleen de censuur die de Turken woedend maakt. Veel groter nog is de onvrede over het Syrië-beleid van de regering. Ook onder trouwe aanhangers van de AKP groeit de kritiek. Erdogan heeft zich de afgelopen jaren ontpopt als een van de felste tegenstanders van zijn ‘oude vriend’ Assad. Door het openlijk steunen van de oppositie  - het Vrije Syrische Leger heeft de uitvalbasis in Turkije - heeft Ankara de hand in een wespennest gestoken, klink het. Niet zonder gevaren.

De bomaanslag in Reyhanli was niet de eerste, begin februari kwamen bij een aanslag bij grensovergang Cevliogzu veertien mensen om het leven. In oktober maakte een mortieraanval vijf slachtoffer in het dorp Akcakale.
Ankara antwoordde toen met gerichte raketten aanvallen.  In juni liep de spanning ook al hoog op toen Syrische troepen een Turkse straaljager - boven internationale wateren - uit de lucht schoot. De groeiende dreiging deed Turkije de hulp van de Navo inroepen. Sinds begin dit jaar staan nu - dichtbij de grens - Nederlandse, Duitse en Amerikaanse patriotraketten die Turkije bij een aanval uit Syrie moeten beschermen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten