dinsdag 27 november 2012

Syriers in Istanbul

GEVLUCHTE SYRIĖRS BOUWEN IN ISTANBUL NIEUW BESTAAN OP



Syrische scholieren in Esenler foto JM

Een meisje met roze rugzak rent door de gang van de school. Uit de lokalen klinkt druk Arabisch geroezemoes. In de docentenkamer stapels Syrisch lesmateriaal. Meegenomen door leerkrachten die nu hier - in Esenler, een buitenwijk van Istanbul - voor de klas staan. Dit is de Kadimum Suriye Okul, de eerste Syrische school in de Turkse metropool. ,,We hebben nu zo'n honderd leerlingen, van zes tot achttien jaar'', zegt Kaled Sultan.

De 45-jarige leerkracht engels uit Homs kwam vijf maanden geleden aan in Istanbul. Hij is blij dat hij nu weer voor de klas staat. ,,Vooral voor de kinderen. Het is zo goed dat ze weer naar school gaan. Ze hebben zoveel ellende meegemaakt.'' Sommige leerlingen praten niet over de oorlog. ,,Maar je ziet het aan de tekeningen. Ze tekenen vliegtuigen met bommen of ze kleuren alles rood. De kleur van bloed.''

Amar (15) uit Latakya heeft haar eerste schooldag achter de rug. Ze vluchtte vier maanden geleden naar Turkije. Haar vader werkt als dokter in een ziekenhuis in de Turkse grensprovincie Hatay. ,,Mijn moeder en ik zijn hier voor de school naar toe gekomen, zodat ik niet te veel achterstand oploop'', vertelt ze verlegen. Het Syrische schooltje is nog niet officieel. Het wachten is op toestemming van de Turkse overheid, zegt directeur Abdulkadir Gocer. Problemen met de behulpzame Turkse regering is het laatste wat hij wil. De school is een initiatief van Syrische hulporganisaties en Syrische ondernemers.

Eén van hen is zakenman Mohammed Nizan Bitar (46). Een maand geleden opende hij een Syrisch restaurant in de wijk Aksaray. Op het menu: falafel en humus. ,,De smaak van thuis.'' Anderhalf jaar geleden besloot hij Damascus te verlaten. ,,Ik had al een paar keer in de gevangenis gezeten wegens kritiek op de overheid. Deze keer zouden ze me zeker vermoorden.''

Bitar doet al jaren zaken met Turkije en spreekt de taal. Nu probeert hij zijn landgenoten te helpen. ,,De meeste Syriėrs die hier naar toe komen, zijn hoogopgeleid en hebben wel wat geld.'' Maar eenvoudig is het leven in Istanbul niet. Het vinden van een betaalbare woning en werk is lastig. ,,Velen spreken de taal niet.'' Hij schat dat zo'n vierduizend Syrische families inmiddels in Istanbul wonen. In het restaurant staat een man op en laat zijn verminkte arm zien. Een herinnering aan de bloedige strijd in het thuisland. Bitar knikt: ,,We hebben hem geholpen een dokter te vinden.''

Zijn vrouw Refah komt binnen. Ze werkte voorheen op het ministerie van Toerisme in Damascus en is nu in Istanbul een reisbureau begonnen. ,,We proberen in Turkije ons bestaan op te bouwen. Wat moeten we anders? Veel mensen hier, hopen dat ze morgen of volgende week terug kunnen. Maar ik ben bang dat dat nog heel lang gaat duren.''

In Esenler gaat de school uit. Witte busjes staan klaar om de leerlingen naar de verschillende wijken van Istanbul te brengen. Ook hier wordt gedroomd over een toekomst in een veilig Syriė. Leerkracht Kaled Sultan: ,,Wanneer gaan we terug?'' Hij haalt zijn schouders op. ,,We blijven maar 'morgen' zeggen.''

Geen opmerkingen:

Een reactie posten