woensdag 1 augustus 2012

Syrische gasten in Libanon

SYRISCHE GASTARBEIDER VERRE VAN VEILIG IN LIBANON

 ,,Ik ben al bespuugd en uitgescholden. 's Avonds kom ik deze wijk niet meer uit. De spanning loopt op en ik vrees dat het alleen nog maar erger wordt.'' De 33-jarige Syrische bouwvakker Muhammed is al twintig jaar in Beiroet. Zoals duizenden andere landgenoten werkt hij - tegen laag loon, zonder enige sociale zekerheid - in de bouw in de hoofstad van Libanon. ,,Zodra er wat gebeurt in Syrië, zijn wij de eerste slachtoffers'', klinkt het.

Hij weet waar hij het over heeft. Na de moord op de Libanese premier Rafik Hariri in 2005 werd hij - zoals veel Syrische arbeiders - op straat in elkaar geslagen. De woede richting Syrië - dat ervan werd verdacht achter de aanslag te zitten - was enorm en leidde er toe dat het Syrische leger na 29 jaar Libanon verliet. Maar de argwaan tegen Syriërs - die gezien worden als vertegenwoordigers van het regime - bleef. Sinds dat de revolutie in Syrië begon, laait het geweld weer op tegen de 'gastarbeiders', wier aantal wordt geschat op 400.000 tot 600.000.

De bouwvakkers horen dagelijks over landgenoten die in elkaar zijn geslagen of uit hun appartementen worden gezet. Ze doen geen aangifte, ze hebben geen vertrouwen in de Libanese politie. Volgens Libanese media zijn al veel Syriërs de afgelopen weken uit angst voor geweld teruggekeerd naar hun eveneens onveilige thuisland. Muhammed: ,,Iedereen is op zijn hoede.''

Syriërs zijn in Libanon niet alleen actief in de bouw, maar doen er alle slecht betaald werk. Een restauranthouder - die zijn naam niet wil geven - beaamt dat hij al jaren uitsluitend met Syrische personeel werkt. ,,Ze zijn goedkoop, zeuren niet over werktijden en werken hard. Sommigen werken al twintig jaar voor me.''

De situatie in Syrië verdeelt de Libanezen tot op het bot. Toen in mei bekend werd dat elf Libanese pelgrims in Aleppo door Syrische oppositiegroep waren gekidnapt, gingen groepen woedend de straat op, op zoek naar Syriërs. Hezbollahleider Hassan Nasrallah riep zijn achterban in een televisietoespraak op de gastarbeiders met rust te laten. ,,Ze zijn onze gasten.''

Maar van een gastvrij onthaal was geen sprake. De 45-jarige bouwvakker Mohammed is al sinds 1979 in Beiroet. Een eigen adres heeft hij niet. Hij slaapt waar hij werkt. Nu is dat een lege garagebox onder het appartementencomplex dat hij aan het schilderen is in het centrum van de Libanese hoofdstad. Een maand geleden voegde zijn vijftienjarige zoon zich bij hem. Die slaapt nu ook op een matje in de garagebox. ,,Door het geweld in Syrië moest hij met school stoppen. Nu werkt hij hier voor twintig dollar per dag.''

Mohammed houdt zich verre van politiek. Dat was wel zo veilig in Syrië en die regel gaat ook op in het verdeelde Libanon. Hij ziet de toekomst somber in: ,,Het gaat hier nog veel erger worden. Als het veilig is in Syrië gaan we terug.'' Hij glimlacht. ,,Als alle Syriërs dat doen, komt het land tot stilstand. We zijn de olie van Libanon, zonder ons draait er niets.''

Geen opmerkingen:

Een reactie posten