dinsdag 31 juli 2012

Aan de Lebanese grens

RIJKE SYRIĖRS STEKEN ZWIJGEND GRENS LIBANON OVE

- Een Syrische vrouw, in bordeaux mantelpakje en hoge hakken loopt naar de Libanese paspoortcontrole. Ze heeft haar land net verlaten. Praten wil ze niet. En ze niet de enige. Veel welgestelde Syriėrs rijden in hun met luxe auto's bij Masnaa-grensovergang zwijgend Libanon binnen. Het merendeel komt uit Damascus.

Ze hebben geen hulp nodig maar rijden rechtstreeks naar familie of een van de luxe hotels in de hoofdstad Beiroet. Stationwagons met Louis Vuitton weekendtassen trekken de grens over. ,,Er is niets aan hand in Damascus'', zegt een ondernemer, die zegt 'even' voor zaken naar Beiroet te gaan. ,,Zeventig procent van het nieuws is gelogen. Ga maar kijken: mensen gaan uit, winkelen. Zonder Assad is Syriė verloren'', roept hij en rijdt verder.

Twee jonge meisjes hebben net de Libanees stempel gehaald. ,,We zijn hier op vakantie. Over vijf dagen gaan we terug'', zegt de studente architectuur in Damascus. Hetzelfde verhaal: Er is niets aan de hand: ,,De problemen zijn niet de schuld van het regime of onze president. Het buitenland wil hem te val brengen. Ze willen dezelfde problemen creėren als in Tunesiė, Libiė en Egypte. Maar dat gaat niet lukken'', klinkt het vol overtuiging. Of de trip naar Libanon niet gevaarlijk was? ,,Nee, helemaal niet. We komen hier zo vaak.''

De 58-jarige Abu Halap heeft een totaal ander verhaal. Hij zet dolgelukkig zijn eerste stappen op Libanees grondgebied. ,,We hebben vannacht de dood in ogen gekeken. De lijken lagen in onze straat.'' Hij vluchtte - samen met zijn vrouw en zoon - weg uit Aleppo. ,,De stad wordt volledig verwoest. Bij onze vlucht zijn we beschoten. Het glas van de autoruit viel bovenop ons. Maar dankzij God hebben we het gered.'' Hij wrijft in zijn ogen. Abu komt net uit een touringcar vol vluchtelingen afkomstig uit de tweede stad van Syriė. Ze hebben een urenlange reis achter de rug, dwars door het oorlogsgebied. De opluchting en spanning druipen van zijn gezicht. ,,We werden jarenlang onderdrukt door Assad, maar de oppositie is geen haar beter. Ik ben net zo bang voor hen.''

Achter de ruiten van de bus steekt zijn vrouw verlegen haar hand op. Het stond voor Halep als een paal boven water dat hij naar Libanon wilde en niet - naar het veel dichter bij Aleppo gelegen Turkije. ,,Ik spreek hier de taal, we delen dezelfde cultuur. De Libanezen zijn onze broeders. Ik ben bereid elke baan aan te pakken als ze me maar niet terug sturen.'' Abu wijst naar de bus: ,,Alle vluchtelingen zijn bang om te praten, bang voor Assad, bang voor de oppositie. Maar ik ben nergens meer bang voor. Niemand doet me hier wat.''

Maar daar is niet iedereen van overtuigd. Ze weten dat de oorlog in Syriė het Libanese volk tot op het bot verdeeld. De Libanese regering steunt officieel het regime in Damascus en is als de dood dat het conflict de grens oversteekt. En niet zonder reden. In het noordelijke Tripoli zijn al tientallen mensen om het leven gekomen bij gevechten tussen Alevieten, die pro-Assad zijn, en Soennieten, die de oppositie steunen. De Syriėrs in Libanon moeten op hun woorden letten en daar zijn ze zich maar al te goed van bewust. Een groep vrouwen en kleine kinderen - gevlucht uit een dorp bij de Libanese grens - houdt de lippen op elkaar. ,,Onze mannen zijn daar nog'', klinkt het kort.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten