maandag 30 april 2012

Orhan Pamuk's museum




Wandelen door een boek van Orhan Pamuk




De bekendste schrijver van Turkije, Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk, heeft zijn eigen museum in Istanbul. Het is het eerste museum ter wereld gebaseerd op een roman.

De gele schoenen van Füsun, haar sigarettenpeuken, de slaapkamer van Kemal, de klok met Arabische en Latijnse tekens en heel veel glazen raki, de Turkse nationale drank. Het staat er allemaal.

In 83 houten vitrines - naar de 83 hoofdstukken van het boek - vertellen kleine stillevens van alledaagse objecten - het liefdesverhaal van Kemal en Füsun, de hoofdpersonen van het Museum van de Onschuld, dat in 2009 in Nederland verscheen. De details zijn overweldigend. Realiteit en fictie lopen hier door elkaar. Alleen foto's van de hoofdpersonen ontbreken.

In het boek verzamelt Kemal in het appartement waar de korte liefdesaffaire begon - spullen die hem aan zijn grote liefde herinneren. Van oorbellen, pepermuntjes tot porseleinen hondenbeeldjes. De verzameling groeit uit tot het Museum van de Onschuld, met het boek als catalogus.

Vijftien jaar geleden ontstond het idee voor de roman en het museum, vertelt de schrijver. ,,Een fictief verhaal in een echte woning, in een echte buurt in Istanbul.'' Pamuk sloeg aan het verzamelen. De objecten die hij tegenkwam, kregen een rol in de roman en kwamen later in het museum ,,We kwamen er achter dat veel mensen verzamelen. Dat gebeurt wanneer moderniteit een land bereikt. Er zijn mensen die oude lottokaarten verzamelen, oude luciferdoosjes. We hadden een probleem om aan tandenborstels uit de jaren zeventig te komen. Maar nadat ik dit een interview vertelde, stuurde een lezer er meteen een aantal op.''

Het boek en het museum lieten lang op zich wachten. Meer dan tien jaar werkte hij aan de 530 pagina's tellende roman. In de tussentijd schreef hij het autobiografische Istanbul, en werd hij bekender; geprezen in het buitenland, omstreden in eigen land. In 2006 werd de schrijver aangeklaagd voor het 'beledigen van de Turkse identiteit', nadat hij zich in een Zwitsers dagblad uitliet over de Armeense genocide van 1915. Hij stelde dat '30.000 Koerden en een miljoen Armeniėrs zijn vermoord en niemand durft daar over te spreken'. Daar maak je geen vrienden mee onder nationalistische Turken. Een jaar later moest hij een boekentoernee door Duitsland afzeggen vanwege doodsbedreigingen aan zijn adres. Nog steeds wordt de schrijver vergezeld door een bodyguard.

Het kleine museum is gevestigd in een pand uit 1897, in een smalle steeg dichtbij de Istiklal Cadessi, de drukke winkelstraat in het hart van de metropool. Het Istanbul waar Pamuk opgroeide. De collectie geeft een aardig beeld van het alledaagse leven van de Turkse middenklasse van de laatste vijftig jaar. En dat is ook precies de bedoeling van de auteur: ,,Het is niet allemaal glorieus, het zijn niet alleen de sultans en pasha's. Het dagelijks leven is eerbiedwaardig. Het zijn de mensen en hun gebaren, die tellen. Hun objecten verdienen het om bewaard te blijven.''

Het museum - dat zaterdag werd geopend - is daarmee net zoals het boek, een ode aan Istanbul. ,,In het begin had ik het niet door, maar ik ben een chroniqueur van de stad geworden. Spreken over Istanbul voelt als spreken over mijn eigen lichaam. Deze stad is zo snel veranderd. Het Istanbul van mijn jeugd telde een miljoen inwoners, nu zijn dat er dertien miljoen. De afgelopen tien jaar zijn de ontwikkelingen zo snel gegaan dat ik het gevoel heb dat ik me moest haasten en dat ik het niet bij kan benen.''

Maar ondanks zijn drang naar nostalgie - die ook het museum uitademt - is de schrijver de laatste die tegen de moderniteit vecht. ,,Dit is wat de mensen willen. Hoe kan je tegen de tijd argumenteren?''

Geen opmerkingen:

Een reactie posten