vrijdag 13 april 2012

Nederlandse PR voor de Turken

Cornelis Haga, de eerste Nederlandse ambassadeur in Istanbul
Brute onverlichte Turken en hypocriete Europeanen


Bloeddorstige Barbaren en Europanen die het land willen opdelen. De negatieve beelden zitten diep geworteld in de Nederlandse en Turkse cultuur. Pleitbezorgers zorgden door de eeuwen heen voor de nuance.

‘Ik heb alleen vertrouwen in God en in U’’, schrijft Cornelis Haga in zijn brief op 23 januari 1613 aan Halil Pasa, de Ottomaanse minister van Marine. In zijn brief komt hij woorden te kort om zijn waardering voor zijn goede vriend te uiten. Niet gek. De eerste Nederlandse ambassadeur in Istanbul heeft veel te danken aan deze invloedrijke Halil Pasa, zegt de Turkse historicus Bulent Ari, directeur van het Dolmabahçe Paleis in Istanbul. Hij promoveerde op de eerste diplomatieke betrekkingen tussen het Ottomaanse Rijk en de Republiek der Nederlanden. De handelsgeest en eerlijkheid van de Nederlanders werd door de Ottomanen geroemd. Ari: ,,Ze zijn in niets als de Venetianen’’, schreef Halil Pasa in één van zijn brieven. En dat was een compliment.’’

De sterke vloot van de Nederlanders, het mogelijke bondgenootschap tegen de Spaanse vijand waren reden voor de admiraal om de Nederlanders alle steun te geven. Hij  wist ook dat Watergeuzen - met hun bekende leus ‘Liever Turks dan Paaps’ - een paar jaar eerder in het Zeeuwse Sluis zo’n 1500 Turkse galeislaven uit Spaanse handen had bevrijd.  Halil Pasa zorgt er persoonlijk voor dat Haga op audiëntie mag bij de Sultan en de eerste felbegeerde capituatie - een lange lijst aan privileges - ontvangt.  Daarmee zijn de Ottomanen de eerste die de Republiek der Nederlanden erkennen en wordt de basis gelegd voor de relaties, waarvan dit jaar het vierhonderd bestaan wordt gevierd. Ari:,,Zonder Halil Pasa was dit niet gelukt, hij was een echte pleitbezorger voor de Nederlanders.’’

In Europa is het imago van de Turk verre van positief. Het beeld van de barbaarse Turken zit diepgeworteld. Al in de 14e en 15e eeuw werd de opkomst van het Ottomaanse rijk gezien als een straf van God. De val van Constantinopel in 1453 maakte het trauma compleet. Zowel Luther - met zijn ‘De Oorlog tegen de Turk’ uit 1529- als Erasmus in De Turkenkrijg in 1530 - beschrijven uitgebreid de wreedheden van de Turken. De omslag komt pas na 1683, wanneer de Ottomanen er voor de tweede keer niet in slagen Wenen te veroveren. Nu het echte gevaar is geweken, groeit de belangstelling in Europa voor de Oosterse cultuur.
In Istanbul arriveert op 30 mei 1727 een nieuwe ambassadeur, de 30-jarige Cornelis Calkoen, die zich ontpopt als een nieuwe pleitbezorger. Gefascineerd door de Ottomaanse cultuur, geeft Calkoen de Franse schilder Jean-Baptiste Vanmour tal van opdrachten, die beeld geven van het dagelijks leven in die tijd. Een deel van zijn collectie - 32 kostuumportretten - schenkt de ambassadeur aan de directie van de Levantsche handel, die zetelt in het Amsterdamse Stadhuis op de Dam. De schilderijen komen in de kamer te hangen waar de kooplieden vergaderen.,,Dat moet een grote impact hebben gehad. Calkoen heeft op zo de PR voor het Ottomaanse rijk gevoerd’’,  zegt conservator Laura van Hasselt van het Amsterdam Museum, die in met het Rijksmuseum de tentoonstelling ‘Sultans, Kooplieden en Schilders’ samenstelde.

De fascinatie in Europa voor de Ottomanen is van korte duur. Het imago van de brute Turk laait in de 19e eeuw weer op wanneer de Balkan in verzet komt tegen de Ottomaanse overheersing. Het beeld van het moderne verlichte Westen tegen het islamitische achtergebleven Oosten voert nu de boventoon. Een beeld dat nog steeds door Europese politici - tegen de Turkse toetreding tot de EU - wordt gebruikt.
In dezelfde tijd groeit in het verzwakte Ottomaanse rijk de achterdocht tegen de Europeanen.  Aan het einde van de 19 eeuw is de ‘zieke man van Europa’ overgeleverd aan de genade van de Engelsen, Fransen en Russen. Het bezorgt de Turken een levensgroot trauma. Veelzeggend is het spreekwoord ‘De enige vriend van een Turk, is een Turk’’.  De angst dat buitenlandse mogendheden het land willen opdelen is voor veel Turken nog steeds reëel. ,,Het heeft even geduurd voordat ik door had hoe groot de invloed in Turkije van die ‘oude’ beelden over Europa nog steeds is. Zeker als het even tegen zit of de Turken het gevoel hebben onheus bejegend te worden door de EU’’, zegt Joost Lagendijk, voormalig voorzitter van de Turkije delegatie van de EU, nu adviseur aan het Istanbul Policy Center, een denktank van de Sabanci Universiteit.  
Hij is één van de hedendaagse pleitbezorgers. Samen met zijn vrouw, de Turkse journaliste Nevin Sungur werkt hij aan het boek ‘De Turken komen er aan! dat in mei wordt uitgebracht door uitgever Bert Bakker. De viering van de vier eeuwen diplomatieke relaties is volgens hem van belang om een aantal stereotypen over en weer aan de kaak te stellen.’’ Voor de Turken is de viering net zo essentieel, zegt historicus Bulent Ari. ,, Er zijn te veel misverstanden, politici zoals Wilders maken de relatie er niet makkelijker op en dat terwijl het 400 jaar geleden met Haga en Halil Pasa zo mooi begon.’’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten