donderdag 22 maart 2012

Vechten tegen 'de beesten van Assad'

 'IK PAK MORGEN MIJN KALASJNIKOV WEER OP'



ANTAKYA  _ Over zijn wang loopt een diepe snee. De hechtingen zijn nog vers. Zijn rechterarm zit in het verband. De 24-jarige Gais, strijder van het Free Syrian Army, raakte gewond bij een aanval op Al-Janoudia, dichtbij de Turkse grens. Zijn kameraden droegen hem op de rug - zeven kilometer, druipend van het bloed - de grens over. Nu ligt hij in een steriele kamer in een ziekenhuis in Antakya.

Lang wil Gais geen gebruik maken van de Turkse gastvrijheid. Hij gaat niet in één van de vele vluchtelingenkampen aan de grens wachten op nieuws van de andere kant, zoals duizenden landgenoten doen. De jonge Syriër gaat terug. Liefst vandaag nog. Terug om te vechten tegen de ,,beesten van Assad', zegt hij vastberaden. Zijn bloeddoorlopen ogen schieten gespannen heen en weer.

De afgelopen weken is het aantal vluchtelingen in Turkije gestegen tot boven de 16.000. Elke nacht steken nieuwe groepen - veel vrouwen en kinderen - de grens over. Het Turkse Rode Kruis verwacht dat het aantal kan oplopen tot een half miljoen. In de grensprovincies worden in nieuwe kampen ingericht.

In de ziekenhuizen liggen de gewonden: burgers en rebellen zoals Gais. ,,Hij is sterk'', zegt Abdullah Bustani. De 33-jarige lasser is de commandant van het rebellenleger. ,,Morgen pak ik mijn kalasjnikov weer op en gaan we de grens over.'' Zoals de meeste rebellen heeft ook deze groep de wapens aan de Syrische kant begraven. Ze leven al een jaar lang in de buitenlucht. Verbergen zich in provisorische kampen in de bergen. Te lang op één plek blijven is gevaarlijk.

De haat tegen de famile Assad zit diep. Bustani vertelt over zijn grootvader die ruim dertig jaar geleden Syrië verliet, op de vlucht voor de troepen van Hafiz al-Assad. Over zijn vader die twaalf jaar in gevangenis heeft doorgebracht en nu op zijn zestigste in een vluchtelingenkamp in Turkije zit. Over zijn eigen huis dat is plat gebrand door het leger van Bashar al-Assad. Over zijn vrouw en drie kinderen die in Jordanië zitten en die hij al een jaar niet heeft gezien.

Hij pakt zijn mobieltje en laat een filmpje zien. Een legerwagen rijdt over een bergweg. Een knal klinkt. De wagen ontploft. Lachend: ,,Goed hè? Dat is ons werk. We hebben tien uur op die berg gezeten voordat ze langskwamen.''

,,De wereld kijkt alleen maar toe'', zegt Bustani verbeten. Hij hoopt op hulp van Arabische zijde. Turkse plannen voor inrichting van een ,,bufferzone' aan de Syrische kant van de grens worden weggewuifd. ,,Voorlopig doet Turkije niets'', klinkt het.

Twintig kilometer verderop in het vluchtelingenkamp Yayladay de 28-jarige Maged. Tien dagen geleden kwam hij in Turkije aan. De verschrikkingen in Idlib achtervolgen hem. ,,Het was erg, heel erg.'' Zijn 5-jarige buurjongentje Kalil overleefde het niet. Zo ook niet de tiener die door soldaten met zijn hoofd tegen een muur werd geslagen.

Maged twijfelt. Voegt hij zich - net als zijn broer - ook bij het Free Syrian Army? Hij ziet gewonde rebellen terug de grens over komen. ,,Ik heb nog nooit een wapen vastgehouden.'' Hij is bang dat de strijd nog heel lang kan duren ,,Assad gaat door tot er niemand meer over is.''

Geen opmerkingen:

Een reactie posten