maandag 27 februari 2012

Vergeten bloedbad


Turken herdenken ‘vergeten genocide’

 Duizenden nationalistische Turken en Turkse Azerbeidzjanen herdenken morgen het bloedbad in het Azerbeid­zjaanse Khojaly, twintig jaar geleden. Dit is hun antwoord op de wereldwijde aandacht voor de Armeense genocide in 1915.
‘Blijf niet stil over de Armeense Leugens’ en ‘De Azerbeidzjaanse Genocide’ heet het. Het bloedbad in Khojaly vond plaats tijdens de oorlog tussen de oud-Sovetrepublieken Armenië en Azerbeidzjan met als inzet de autonome regio Nagorno Karabach. Die strijd sleepte zich voort van 1988 tot 1994 en kostte ruim 30.000 mensen het leven. In de nacht van 25 op 26 februari 1992 vielen Armeense troepen het stadje Khojali in Nagorno Karabach binnen.
In totaal kwamen volgens Baku 613 Azerbeidzjanen om het leven. Turkije steunde in het conflict bondgenoot Azerbeidzjan, en Ankara sloot in 1993 uit solidariteit met Baku de grens met Armenië. De buurlanden – die dezelfde taal en religie delen – beschouwen elkaar als ‘broederstaten’. In Turkije woont een groot aantal Azerbeidzjanen, die van oudsher goede banden hebben met de Turkse nationalisten. Gezamenlijke vijand: Armenië.
anti­genocidewet
De ophef rond de omstreden Franse anti­genocidewet, die onlangs werd aangenomen en die het strafbaar maakt de genocide op de Armeniërs in 1915 te ontkennen, maakt de Turken woedend. Volgens Turkije zijn er in de nadagen van het Ottomaanse rijk wel veel slachtoffers gevallen, maar was van een systematische volkerenmoord geen sprake. ‘Die fascistische Franse wet heeft velen geprovoceerd, vandaar dat de opkomst voor de herdenking van Khojali nog groter zal zijn’, verwacht Erol Gollu, voorzitter van de Istanbul-Azerbeidzjaanse Culturele Vereniging. ‘Heel de wereld praat over de Armeense genocide en hoe slecht de Turken waren. Maar Khojaly is slechts twintig jaar geleden. Vrouwen, kinderen, ouderen zijn op gruwelijke wijze gemarteld en vermoord. Het gebeurde pal voor de ogen van de internationale gemeenschap, maar dat is iedereen vergeten.’
De woede van de nationalisten bleek ook deze week bij een voetbalwedstrijd in Istanbul. De ultranationalistische supporters van Bursaspor stonden – met Azerbeidzjaanse vlaggen en spandoeken met de tekst ‘Khojaly is onze pijn’ – in het stadion. Voorzitter Gollu benadrukt dat de herdenkingen niet gericht zijn tegen de Armeense gemeenschap in Turkije. ‘Zoals altijd is het het westers imperialisme dat voor problemen zorgt. We willen alleen stil staan bij de slachtoffer
De Armeens-Turkse schrijver en journalist Etyen Mahcupyan verbaast zich niet over de grote aandacht voor Khojaly. ‘De nationalisten zijn uiteraard woedend over internationale aandacht voor de Armeense genocide. In de aanloop naar 2015 – wanneer het honderd jaar geleden is dat de Armeense genocide plaatsvond – zullen we meer van dit soort protesten zien.’
Volgens hem zijn de nationalisten erop uit om de Armeense Turken te provoceren. ‘Of dat lukt is de vraag. Er zijn Armeniërs, net als ik, die erkennen dat in Khojaly genocide heeft plaatsgevonden. Net zoals in Baku in 1990 op de Armeniërs.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten