dinsdag 22 november 2011




Turkse journalisten moeten al tijden op hun woorden letten



Turkse journalisten moeten al tijden op hun woorden letten

Bijna zeventig journalisten in Turkije zitten in de cel - meer dan in Iran en China. Tegen 4000 journalisten lopen rechtszaken en de zelfcensuur is wijdverspreid. Kortom, het is bedroevend gesteld met de persvrijheid in Turkije. En dat is niet iets van vandaag de dag.
In het Ottomaanse rijk werd in 1858 al bij wet vastgelegd dat uitgeverijen die negatief over de sultan of ambtenaren publiceerden - al dan niet tijdelijk-  gesloten zouden worden. Ze riskeerden tevens een boete van tussen de 10 en 50 gouden munten. De laatste ‘echte heerser’ van het Ottomaanse Rijk, Sultan Abdülhamit II, maakte het helemaal bont. In de ruim dertig jaar - tot 1909 - dat hij de scepter zwaaide, hield hij de pers volledig onder zijn controle. Tientallen ambtenaren waren dagelijks aan het werk om alle publicaties door te nemen. Woorden zoals als ‘anarchie, bom, aanslag, vrijheid’ werden per decreet verboden. Evenals ‘grote neus’ - vanwege de sultan’s eigen haviksneus.

Na de val van het Ottomaanse Rijk werd deze geïnstitutionaliseerde censuur opgeheven. Mustafa Kemal Atatürk was zich terdege bewust van de ‘macht van de media’ . Hij begon zelf drie jaar voor de oprichting van de republiek met een eigen krant die de ‘waarheid’ publiceerde over Turkse onafhankelijkheidsoorlog. Met de overstap van het Ottomaanse naar het Latijnse alfabet in 1928 kreeg de staat een nieuw pressiemiddel in handen. Uitgeverijen die de republiek welgezind waren, kregen staatshulp om de technische overstap naar het Latijne schrift te financieren. Volgens onderzoekster Esra Elmas van de Bilgi Universiteit in Istanbul werd hiermee de basis voor de ‘niet-vrije’ pers in Turkije gelegd. ,,De financiële afhankelijkheid gaf de staat ook controle over de inhoud.’’  En voor kritische stemmen was geen plaats. Ook na de invoering van het meerpartijenstelsel in 1950 kwam daar weinig verandering in.
Tot op de dag van vandaag worstelen Turkse regeringen met de vrije pers. En ook het leger - dat tot vier keer toe een coup pleegde - heeft lange tenen. Na de privatisering en het ontstaan van de grote holdings - waar veel mediabedrijven een onderdeel van uitmaken - kwamen de journalisten onder nog grote druk te staan. De bedrijfstop was en is er veel aangelegen de zittende regering te vriend te houden.

Ook de grondwet - een overblijfsel van de 1980-coup -  beperkt de persvrijheid ernstig. In de strafwet komen maar liefst 25 artikelen voor die de pers kortwieken. De taboe’s zijn talrijk. Schrijven over Atatürk, de PKK, religieuze bewegingen en voor - pro-overheid mediaconcerns - kritiek op de regering, is nog steeds vragen om problemen in Turkije.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten