zondag 16 oktober 2011

Erdogan's heilige koe


Erdogan wil een eigen heilige koe

Een Turks automerk. Het is dé droom van premier Recep Tayyip Erdogan. Keer op keer herhaalt hij zijn oproep en voert de druk op de Turkse auto-industrie op. Hoe haalbaar zijn droom is, is de vraag.

Is Turkije rijp voor een automerk van eigen bodem? Het is de vraag die de Turkse auto-industrie bezig houdt. Premier Recep Tayyip Erdogan is ervan overtuigd. Hij wil de geschiedenisboeken in met een Turkse heilige koe op zijn naam. In het land waar de premier’s wil steeds meer wet is, wordt de haalbaarheid serieus onderzocht. Helemaal vreemd is de gedachte van de Turkse overheid niet. Het land heeft zich de afgelopen jaren - dankzij dichtbijgelegen afzetmarkten, hoog opgeleid technisch personeel en lage arbeidslonen - razendsnel ontwikkeld als één van de autoproducenten van Europa. Grote merken geven steeds meer de voorkeur aan Turkije boven de concurrenten in Oost-Europa als Tsjechië en Slowakije waar - door de toetreding tot de EU - de lonen steeds hoger worden.  
In 2010 werden in Turkije ruim 1 miljoen auto’s - personenwagens en lichte commerciële voertuigen - voor voornamelijk Ford, Fiat, Renault en Toyota geproduceerd. Het merendeel - 754.000 - ging naar het buitenland. Ook met de auto verkopen in eigen land gaat het goed. Vorig jaar werd een record aantal van 760.000 wagens verkocht.  Handelsminister Nihat Ergün verwacht dat dit aantal de komende jaren verder stijgt naar een miljoen exemplaren.
Kortom, Erdogan’s droom komt niet helemaal uit de lucht vallen. Waarom alleen de buitenlandse investeerders de vruchten laten plukken? Handelsminister Ergün is overtuigd van de kansen van een Turkse merk, dat volgens hem twintig procent van de binnenlandse markt kan pakken, waarna het later ook het buitenland kan gaan veroveren.
Dat is wel erg ambitieus, klinkt het in de autobranche. De Turkse consumenten hebben vertrouwen in de gevestigde automerken off zij meteen over zullen stappen naar een voertuig van eigen bodem, is nog maar de vraag. Vorig jaar zei Ali Pandir, baas van het grootste autobedrijf Tofas, dat voor Fiat produceert, nog dat een eigen merk 400.000 tot 500.000 wagens per jaar moet verkopen, wil het de investering waard zijn. Volgens de Turkse Autofabrikanten Associatie (OSD) is voor de productie een investering van 2,5 miljard euro nodig. ,,Turkije heeft de capaciteit, maar het is verre van eenvoudig om een wereldmerk neer te zetten’’, reageerde ook Mahmut Kadribeyoglu, de baas van Skoda Turkey, voorzichtig in de pers. De angst is ook dat de buitenlandse automerken, die zoveel investeren in Turkije, niet blij zullen zijn met de ‘lokale’ concurrent.
Mustafa Koç, bestuursvoorzitter van Koç Holding, één van de grootste conglomeraten in Turkije, lijkt echter wel brood te zien in een Turkse merk. Hij vertelde vorige week in gesprek te zijn met partner Fiat over de productie van een eigen automerk. ,,Eenvoudig zal het niet zijn, maar we doen ons best’’, aldus de topman.
Of Erdogan’s droom over een paar jaar ergens in Turkije de fabriek uitrijdt, is nog verre van zeker. Het is in ieder geval te hopen dat het niet het voorbeeld volgt van Devrim, het allereerste Turkse automerk. Deze werd gemaakt in opdracht van Cemal Gürsel, de generaal die na de coup van 1960 president werd. Ook hij wilde kost wat kost een wagen van eigen bodem. Een groep ingenieurs kreeg een paar maanden tijd om een Turkse auto te ontwikkelen. Wonder boven wonder slaagden zij daar in. Echter bij de presentatie van de nationale trots op 29 oktober 1961 - de Dag van de Republiek - viel de auto met  president - na 100 meter stil. De benzine was op. De kritiek van de pers, die het project toch al totale geldverspilling vond, was verpletterd en van Devrim werd slechts vier exemplaren gemaakt
.   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten