donderdag 27 oktober 2011

Energiehonger

NEDERLAND WIL PROFITEREN VAN GROENE ENERGIEHONGER IN TURKIJE

Turkije heeft een groot tekort aan eigen energiebronnen. Ankara investeert nu flink in duurzame energie. Nederlandse bedrijven staan te springen daar een graantje van mee pikken.
,,De zonne-energie staat in Turkije nog niet eens in de kinderschoenen, maar loopt op blote voeten'', zegt John van Laarhoven van Indega, een zonne-energie adviesbureau uit Eindhoven. Hij glimlacht. Als oud-manager van Shell Solar heeft hij in tal van ontwikkelingslanden eerder met dit bijltje gehakt. Turkije is een groot onontgonnen gebied.
De Turkse honger naar energie is groot. Het land met zijn 74 miljoen inwoners en zijn grote economische groei, verbruikt meer en meer elektriciteit. De afgelopen negen maanden alleen al ging het verbruik 8,5 procent omhoog. De verwachting is dat in 2030 Turkije Europa's derde grootste elektriciteitsgebruiker is, nu staat het land nog op de zesde plaats.
Turkije heeft echter haast geen eigen energiebronnen en is dus afhankelijk van het buitenland. Maar liefst 75 procent van zijn energie - olie en gas - wordt geļmporteerd. Niet gek dat Ankara naarstig op zoek is naar alternatieven. Turkije wil niet alleen meer zelfvoorzienend zijn, de omvangrijke invoer van olie drukt ook nog eens zwaar op de handelsbalans.
Behalve de bouw van drie kerncentrales investeert Ankara ook flink in duurzame energie. De ambities zijn groot. In 2023 moet maar liefst 30 procent van de totale energie uit zon, water, wind en afval worden gewonnen, het afgelopen jaar was dit slechts vier procent.
Het grote potentieel is ook Nederland niet ontgaan. Het ministerie van Economische zaken ondertekende drie jaar geleden al een overeenkomst met Turkije om meer te gaan samenwerken op het energiegebied. En de belangstelling van de Nederlandse duurzame sector is groot, getuige het aantal energiedelegaties dat Turkije bezoekt. Stuk voor stuk ondernemers - variÄ—rend van producenten van windturbines en zonnepanelen tot ontwikkelaars van biogasinstallaties - die de Turkse honger naar energie graag willen stillen.
Zo ook directeur Arno van Alst van Alrack uit Eindhoven, makers van de zogeheten junction box, die zorgt dat stroom van zonnepanelen met zo min mogelijk stroomverlies naar het electriciteitsnet wordt vervoerd. Van Alst is voor de derde keer met een handelsmissie in Turkije, georganiseerd door het Turkije Instituut in opdracht van Economische Zaken.
Alrack trekt op met nog vier andere Nederlandse bedrijven, allemaal actief in de 'zonne-energiesector'. ,,Samen hebben we een consortium gevormd. We hebben alles in huis - van productie van zonnepanelen en -onderdelen tot projectbegeleiding en financiering.'' Met dat totaalpakket gaan de Nederlanders 'de boer op' in Turkije.
De behoefte aan kennis is enorm, stelt Van Alst vast. En daar is in Nederland geen gebrek aan. ,,Expertise genoeg, het ontbreekt in Holland jammer genoeg aan een eigen afzetmarkt voor zonne-energie, dus zoeken wij het buiten de deur.'' En kansen zijn er in Turkije volgens Van Alst zeker. ,,We gaan niet van de een of andere dag een productielijn opzetten, maar de contacten zijn gelegd en het begin is er. ''
Erol Barendregt van Girasolar _ een Amerikaans-Nederlands zonne-energiebedrijf - is geen pionier meer te noemen. De firma, met hoofdkantoor in Deventer, is al sinds 2004 actief in Turkije, heeft een eigen vestiging in Izmir en is de afgelopen jaren zelfs uitgegroeid tot marktleider. Door het hele land - op bergen, zendmasten, hoteldaken _  liggen zonnepanelen van Girasolar. ,,Wij zijn voor de meute uit gekomen'', zegt Barendregt, directeur van de Turkse vestiging. ,,Net nog kreeg ik een telefoontje van een ondernemer die ook wat wil met zonne-energie.'' Hij lacht. ,,De aandacht is goed, maar vooralsnog is het meer aandacht dan markt.''

Geen opmerkingen:

Een reactie posten