donderdag 5 mei 2011

killerjeans?

VALE SPIJKERBROEK EIST VEEL SLACHTOFFERS

Honderden oud-werknemers van de denimindustrie in Turkije lijden aan de fatale ziekte silicose, oftewel stoflongen. Ze zijn slachtoffer van de 'versleten jeans'. ,,Ze gingen naar de stad om te werken, ze keren terug naar het dorp om te sterven.''*

Zoals zo velen kwam Memhet Sah Yalcin naar Istanbul om geld te verdienen. De werkloosheid in het noorden van Turkije dwong hem richting de metropool. En als 24-jarige ging hij - zonder verzekering en voor nog geen 200 euro per maand - aan de slag in een jeansatelier. Drie jaar lang, dag in, dag uit, spoot hij met een soort hogedrukspuit zand op spijkerbroeken. Nodig om de jeans een 'versleten' look te geven.
Al snel ging zijn gezondheid achteruit. Hij ging steeds meer hoesten, werd kortademiger. Na tal van onderzoeken werd silicose bij hem vastgesteld, oftewel stoflongen. De afgelopen drie jaar was Yalcin volledig afhankelijk van zijn zuurstoftank. Op 25 februari overleed hij, op 31-jarige leeftijd.
Het verhaal van Mehmet staat niet op zichzelf. Volgens het Turkse 'Zandstraal Arbeiders Comité' is hij het 49ste dodelijke slachtoffer van de 'versleten jeans'. ,,Geschat wordt dat tussen de vijf- en tienduizend mensen in dit land aan de ziekte lijden'', zegt Adbulhalim Demir van het comité.
Turkije is één van 's werelds grootste jeansexporteurs. Het zandstralen werd voornamelijk gedaan door jonge mannen van het Turkse platteland en illegale migranten uit landen als Roemenië, Bulgarije en Azerbeidzjan. Demir zelf begon als 15-jarige jongen in een jeansatelier. ,,Ik heb er in totaal zeven jaar gewerkt. Ik had geen idee van de gevaren. Ik heb nog wel gevraagd of het schadeijk was en daar werd ontkennend opgeantwoord.'' Lang praten kost hem moeite. Hij heeft nog de helft van zijn longinhoud.
Stoflongen worden meestal geassocieerd met de mijnbouw, maar in 2005 werd in Turkije het verband tussen de denimindustrie en stoflongen ontdekt. Anders dan bij mijnwerkers openbaart de ziekte zich in korte tijd en niet pas na twintig of dertig jaar. Een behandeling is er niet. Voorman Demir weet wat hem te wachten staan. Een griepje kan fataal voor hem zijn.
Semiramis Karaarslan uit het oostelijke Bingöl kent de lijdensweg van de denimwerkers als geen ander. Ze helpt de zieken met het regelen van medische zorg, zuurstoftanks, verzekeringen. Uit het hele land komen de verzoeken. ,,Deze mannen gingen allemaal naar de stad om te werken en keren terug naar hun dorp om te sterven. Op het moment begeleid ik Selahattin Sahin, hij is stervende. Heeft geen longen meer over.''
Onder druk van het publiek en actievoerders als Demir en Karaarslan werd het zandstralen in Turkije in 2009 eindelijk verboden. In Europa is dat al veertig jaar het geval. Begin dit jaar besloot het Turkse parlement de - meestal onverzekerde - werkers en na hun overlijden hun familie een uitkering van ongeveer 200 euro per maand te verstrekken. Een stap in de goede richting, zegt Demir. ,,Maar niet genoeg. We vragen om erkenning van deze beroepsziekte en de rechten die daar bij horen.''
Na het Turkse verbod zijn veel merken met hun productie verhuisd naar landen als Bangladesh, Cambodja en China, waar het handmatig zandstralen niet verboden is. Maar ook in Turkije is het zandstralen niet helemaal uitgebannen. In illegale ateliers wordt de dodelijke techniek nog steeds toegepast, klinkt het.

De Britse pressiegroep 'Arbeid achter het etiket' bracht in maart het rapport met de veelzeggende titel 'Killerjeans' uit en riep topmerken wereldwijd op zich tegen het zandstralen te keren. In september vorig jaar waren Levi's en H&M de eerste merken die publiekelijk het zandstralen 'afzworen'. Maar lang niet alle merken volgen hun voorbeeld. Zolang een versleten jeans meer oplevert dan een gewone blauwe spijkerbroek, heeft de consument het laatste woord.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten