zondag 10 oktober 2010

Op de vlucht

De 2-jarige Efsane was nog geen twee maanden oud toen haar ouders met haar naar Turkije vluchtten. Foto Jessica Maas




Hopen op een beter leven buiten Iran

Turkije wordt overspoeld met vluchtelingen uit Iran. Politieke activisten, christenen, homoseksuelen en Afghanen die jarenlang in Iran hebben gewoond. Doodsbang arriveren ze in de grensstad Van en vragen asiel aan. En dan begint het lange wachten.„Een jonge, politieke vluchteling heeft de beste kansen, maar Afghanen? Die wil geen enkel land hebben.”



H
ij is mager en op van de zenuwen. Zijn linkeroog knippert voortdurend. Zijn echte naam geeft hij niet. „Zeg maar Ali.” Hij is als de dood
 voor de Iraanse geheime dienst. Nog geen twee maanden geleden vluchtte de 35-jarige Ali – een tocht van een week door de bergen – de grens over naar Tur kije. Hij heeft zich bekeerd tot het christen dom, levensgevaarlijk in het islamitische Iran. In augustus nog werden vijftien bekeerde christenen in Iran gearresteerd en gemarteld. Wat hij zelf heeft doorgemaakt, wil hij onder geen beding vertellen, zelfs niet anoniem. „Je weet nooit wie er meeluistert. Mijn vrouw en vier kinderen zijn achtergebleven. Zij lopen altijd gevaar.”

Nu staat Ali in de tuin van een wit gebouwtje in de Turkse grensstad Van. Hier is de kerk gevestigd van priester Ferhat, ja ren geleden al uit Iran vertrokken. Dage lijks duiken hier nieuwe gezichten op. In het zaaltje klinkt gezang. Het koor oefent voor de dienst van zondag.

„In Iran zijn christelijke diensten onmogelijk”, zegt Ferhat. Hij verwacht dat het de komende tijd alleen maar drukker zal worden in zijn kerk. „Velen vluchten weg uit Iran. Het regime wordt met de dag strenger.”

Het aantal Iraniërs dat een toevlucht zoekt in Turkije, is flink toegenomen na de om streden verkiezingen van juni 2009 en de daaropvolgende rellen. Velen komen een voudig binnen met een toeristenvisum. Zo arriveerden hier de eerste maanden van 2010 meer dan 1,2 miljoen Iraanse ‘toeristen’. Anderen, gezocht door de Iraanse autoriteiten, betalen grote bedragen aan men­senhandelaren om Turkije te bereiken.

Soner Calisan van mensenrechtenorganisatie TIHV in Van is vaak de eerste persoon tegen wie de Iraniërs hun verhaal doen.

Verhalen over martelingen, moorden, on derdrukking. Van politieke vluchtelingen, bekeerde christenen, homoseksuelen en Afghanen, die jarenlang in Iran hebben gewoond.„Gisteravond nog kreeg ik een telefoontje, dat drie net in het land gearriveerde Iraniërs hier op mijn kantoor zaten. Politieke vluchtelingen. Uitgeput van de lange reis door de bergen, doodsbang.”

Eenmaal in Van, een stad met 400.000 in woners, legt Calisan hen uit wat hen te doen staat. Asiel aanvragen kan bij het kan toor van de Unhcr, de vluchtelingenorgani satie van de Verenigde Naties. Turkije zelf accepteert alleen asielaanvragen van Europeanen. Wil Turkije lid worden van de Eu ropese
 Unie, dan moet deze omstreden re gel, die stamt uit 1951, van tafel. Maar Anka ra probeert dat moment zo lang mogelijk uit te stellen, bang als het land is, over spoeld te worden met asielaanvragen uit de hele wereld.

Voorlopig kunnen de Iraniërs dus alleen bij de Unhcr terecht. Na hun asielaanvraag worden de Iraniërs meestal binnen een paar weken naar een andere ‘satellietstad’
 overgeplaatst, om de druk op Van te verlichten. Uiteindelijk wordt zo’n 20 procent van alle aanvragen gehonoreerd.

Veel Iraniërs vragen daarom geen asiel aan en komen als toerist of illegaal het land binnen. Zoals de politieke activisten Sirus (35) en Hesam (25). Ook zij gebruiken gefingeerde na men. Ze zijn nauw betrokken bij de oppositie in Iran, de Groene Beweging. Sirus staat in Iran op de zwarte lijst van mensen die vanwege hun activiteiten ter dood ver­oordeeld kunnen worden. Volgens Amnes ty International zijn vorig jaar in Iran 338 opponenten van het regime geëxecuteerd.

Het tweetal is op eigen houtje naar Istanbul gekomen. Ze piekeren er niet over asiel aan te vragen. Sirus: „Ik wil absoluut niet als vluchteling door het leven. Ik ga te rug zodra ik kan. In Iran staat veel te gebeuren. Mensen komen eindelijk in op stand.”

De Iraniërs in Turkije hebben het niet gemakkelijk. Ze worden gediscrimineerd, ze mogen niet werken en moeten constant op hun hoede zijn voor de lange arm van Teheran. Dat weet ook Europarlementariër Marietje Schaake (D66). Zij sprak, als lid van een delegatie van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie OMID, in maart met ruim zeventig vluchtelingen in
 Van. Ze vindt dat Europa zich het lot van de Iraanse mensenrechtenactivisten, jour­nalisten, studenten en andere vluchtelingen moet aantrekken. „Het is schandalig dat Europa zo weinig politieke vluchtelingen uit Iran opneemt”, aldus Schaake. De meeste Iraniërs komen uiteindelijk terecht in de VS, Canada of Australië. „Maar ook Europa zou een vrijhaven voor hen moe ten zijn.” Schaake pleit ervoor de vluchte­lingen op te vangen in zogeheten shelter cities, een bestaand project van de Europe se Unie dat nooit echt van de grond is ge­komen. „Dissidenten worden, tijdelijk, in bepaalde Europese steden opgevangen, zonder dat ze het hele asieltraject hoeven in te gaan.”

In Van maakt mensenrechtenactivist Soner Calisan duidelijk grote moeite te heb ben met het onderscheid dat wordt ge maakt tussen politieke vluchtelingen en anderen. „Jonge, politieke activisten, die in Iran gezocht worden, hebben de beste kans asiel te krijgen en naar een ander land te kunnen. Een lid van de oppositie dat hier onlangs aankwam, was in nog geen twee weken tijd op weg naar Canada.” Calisan is blij voor de politicus, maar vindt, ‘het niet uit te leggen aan andere Iraniërs of Afghanen die al jaren wachten’.

„Vooral voor de Afghanen, die uit Iran komen, is het moeilijk. Geen enkel land wil hen hebben. Het gaat vaak om grote gezinnen, mensen die laag zijn opgeleid.”

Dan, geëmotioneerd: „Deze mensen zijn het slachtoffer van een groot politiek spel.Iran is nu de grote vijand van het Westen, terwijl Afghanistan alweer oud nieuws is en te gecompliceerd.” 
Fatma Erdemci van hulporganisatie Mazlum-Der sluit zich hierbij aan. „Zo creëer je een bizarre wedloop onder vluchtelingen uit Iran. Waarbij de Afghanen vrijwel steeds buiten de boot vallen.”

Zoals de 21-jarige Meryem, die samen met haar echtgenoot en haar destijds 2 maan den oude dochtertje Efsane, twee jaar gele­den via de bergen naar Turkije vluchtte. Meryem is Afghaanse, maar geboren en getogen in Iran. Vier jaar geleden besloot haar familie terug te keren naar Afghanis tan. „Maar de situatie in Kabul was er al leen maar slechter op geworden. Vooral voor vrouwen was het erg gevaarlijk in de stad”, vertelt ze aarzelend in een vervallen, armoedig onderkomen in Van.

Het gezin besloot Afghanistan opnieuw te verlaten en naar Iran terug te keren. Maar als soennitische moslims werden ze in het sjiitische Iran niet met open armen ontvan gen. „De discriminatie was groter dan voor heen. We werden niet langer als echte moslims beschouwd.”

Het gezin vertrok opnieuw. Voor 3.000 dollar werden ze over de Turkse grens ge bracht. De eerste asielaanvraag werd afge wezen, de tweede loopt nog. Meryems echtgenoot verdient nu 2,50 euro per dag met auto’s wassen. „We blijven hopen op een beter leven voor onze dochter.”
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten